De moeder van

15 April 2014

winkel 1

Dag mevrouw, kan ik u misschien helpen?
Ja, ik zoek een jurk voor een bruiloft.
Ok, bent u de moeder van de bruid?

winkel 2
Zoekt u iets speciaals, of kijkt u zomaar rond?
Nou, ik zoek een jurk voor een bruiloft.
Bent u de moeder van de bruid?

winkel 3
Goedemiddag mevrouw, kan ik u ergens mee helpen of kijkt u even rustig rond?
Ik zoek een jurk, voor een bruiloft.
EN
IK BEN
NIET!!!!
DE
MOEDER!!!!!
VAN DE BRUID!!!!!
IK HEB EEN DOCHTER VAN 9!!!!
EN IK BEN DE SCHOONZUS!!!!

De zoon

31 March 2014

De naam ken ik als niet zomaar een naam, de naam ken ik.
Dan zie ik een foto die me treft in het hart en me terug zet in de tijd, toen ik zestien was, en zo verliefd als ik nooit meer zou worden – althans, dat dacht ik toen.

Het is niet de foto van de leraar op wie ik zo gek was, het is de foto van zijn zoon, die nu 28 is, even oud als zijn vader toen. Maar ik zie de zoon niet, ik zie de vader – het mooie, lieve, innemende gezicht, de blik waarvan je wilt dat die altijd voor jou is.
Ik voel nog de sprongetjes die mijn hart maakte als ik hem zag, ik weet nog hoe ik elk zinnetje dat hij zei en alle grapjes die hij maakte opschreef in mijn dagboek, om nooit te vergeten. Het kon niets worden en het werd ook helemaal niets, maar ik wist dat hij mij leuk vond, misschien wel de leukste leerling van de school, en zo was het goed, en genoeg.

De foto die ik zie is de foto van een zoon en broer die wordt vermist. Een band met de vader en de rest van het gezin kan ik niet voelen, want er is helemaal geen band. En ik kan al helemaal niets bedenken bij het veel en veel te moeilijke leven tussen hoop en vrees, dat zij leiden sinds hij zijn huis verliet en niet meer terugkwam.
Maar ik denk steeds aan ze.

‘s Avonds wordt bekend dat zijn levenloze lichaam is gevonden.
Ik kijk nog een keer naar de foto van de jongen van wie ik nauwelijks iets weet.
Het moet iemand zijn geweest op wie je heel erg verliefd kunt worden en van wie je heel veel kunt houden, iemand die een onuitwisbare indruk op je maakt, iemand om nooit te vergeten.
Iemand die nog heel lang had moeten leven.

Camera’s

19 March 2014

Vier jaar geleden stemde ik op een partij die camera’s wilde in een onveilige tunnel in een onveilig fietspad waar ik nogal eens in mijn eentje rijd. ‘s Avonds, als het donker is, en je rare schaduwen achter je ziet of ruisende bomen verwart met hijgende mannen.

Bij mijn weten waren de camera’s de afgelopen jaren geen hot item in de plaatselijke politiek, sterker nog, ik heb het vermoeden dat er met geen woord over is gesproken. Maar misschien heb ik niet goed opgelet.

Deze keer had ik geen zin om me te verdiepen in de verkiezingsprogramma’s van de partijen in de plaats waar ik woon, maar weinig mee heb. Ik had ook helemaal geen zin om te stemmen. De oproepen om te gaan stemmen begonnen me zelfs te irriteren.

Om tien voor negen stond ik toch in het stemhokje. Dat kwam omdat ik me ineens bedacht dat honderd jaar geleden vrouwen niet eens stemrecht hádden.

Cito

12 March 2014

Een conversatie op Twitter.
‘Facebook vult zich weer met Cito scores. Alleen de hoge natuurlijk. Ik vind daar wat van.’
‘Hahaha ja alleen ouders van hoogbegaafde kids doen daar kond van he.’
‘brrr…Echt!”
‘Ik trek mijn haren uit mijn hoofd van die types.’
‘Het rendement van de peperdure bijles moet wel geshowd worden natuurlijk.’

De score van onze oudste dochter staat noch op Twitter noch op Facebook.
De vraag is wat ik had gedaan als ze goud had gewonnen op het NK Dressuur voor 11-jarigen. Of als ze was gekozen in de selectie van het provinciale minivolleybalteam.
Waarschijnlijk had ik een prachtige foto geplaatst met een trotse tekst en niemand had zijn haren uit zijn hoofd getrokken en vermoedelijk had niemand gezegd: ‘Ik vind daar wat van.’ Ook had niemand het sneu gevonden voor alle paardenmeisjes en minivolleybalsters die niet zo talentvol zijn.

De kans dat mijn dochter op het NK Dressuur gaat rijden of gaat spelen in het nationale volleybalteam lijkt mij niet bijster groot.
Ze heeft wel 550 punten gehaald met de Cito-toets, de hoogste score.
Wij zijn trots.

Druk

2 March 2014

De een ging naar de bioscoop om uit te rusten. De ander stapte uit het bestuur van een club, dat gaf zoveel rust. De volgende is blij met een helemaal leeg gepland weekend.
Het is een groepje vrouwen en allemaal gaan ze ten onder aan druk zijn, maar ze gaan niet ten onder.

Thuis vraag ik aan mijn vriend of mannen ook wel eens dit soort gesprekken voeren.

Shoppen

28 February 2014

In de rekken van de tijdschriften stonden nu spellen.
Op boeken vooraan op een tafel waren briefjes geplakt met een recensietje van een medewerker.
De teksten waren in een handschrift geschreven dat ik onleesbaar verklaarde, ook al was dat het misschien niet.
Persoonlijker was het allemaal wel.
Maar ik verlangde naar heldere letters op touchscreens en had een enorme behoefte om te swipen.

De boekhandel was weer open en ik ging doen wat ik zo vaak doe. Achterflappen lezen, wensen dat ik een echte lezer was, me afvragen hoe je ooit aandacht krijgt voor je boek in zo’n enorm aanbod, of hoe je je boek ooit uitgegeven krijgt, een vraag die belangrijk is als je zelf een boek schrijft, wat ik doe.

Daarna ging ik een badpak kopen. Het is wel handig als je een badpak past voordat je ‘m koopt en wat bleek: het is erg warm in pashokjes en badpakken vallen allemaal heel klein uit.

Boeken en badpakken en wat al niet meer koop ik nog steeds allemaal in winkels. Het is mijn kleine verzet tegen de digitalisering van de maatschappij, tegen het schrikbeeld van failliete ondernemers, lege binnensteden en het wegvallen van de hobby shoppen.
Omdat ik denk dat heel veel mensen het leuk vinden om te winkelen, begrijp ik niet waarom iedereen alles maar online koopt.

Totdat ik ergens las dat iemand online ging shoppen omdat het parkeren zo duur is en ineens begreep ik het: voor veel mensen is online shoppen gewoon het nieuwe winkelen geworden, ook een aangenaam tijdverdrijf.

De zinloosheid

23 February 2014

Omdat lezen alleen nog een hobby is in mijn hoofd en niet in de praktijk en omdat ik wel eens andere boeken wilde lezen dan de boeken die ik normaal zou kiezen, wilde ik graag op een boekenclub.

En nu zit ik erop.

De vorige keer mocht ik kiezen welk boek we gingen lezen en het werd Oorlog en Terpentijn van Stefan Hertmans. Het boek stond op nummer 3 in de topzoveel van beste boeken van 2013 in NRC Handelsblad, het gaat over de Eerste Wereldoorlog, het is geschreven door een mij onbekende schrijver en het leek een beetje een mannenboek.
Kortom, lezen werd geen droom maar daad en Oorlog en Terpentijn is geen boek dat ik normaal zou lezen.
Missie geslaagd.

Er zijn veel lovende dingen geschreven over Oorlog en Terpentijn en die zijn vast ook allemaal waar.
Maar ik zag vooral veel te veel te jonge Belgische soldaten afgeslacht worden.
Een afgeschoten been, een opengereten buik, een hoofd dat nog maar met enkele vezels aan een romp vastzit, hersenen die uit een kop hangen – en dat tientallen pagina’s lang. Bladzijden vol doffe, doffe ellende, en vol zinloosheid vooral.
Even dacht ik nog: er moet een plan zijn geweest, een doel. Mijn kennis over de Eerste Wereldoorlog is zeer beperkt en ik dacht: ik moet het opzoeken, hoe het was en hoe het ging, en wat de strategie was, en wat het doel was.
Maar ik zocht het niet op.
Het zou de zinloosheid niet minder maken.

Ik las hoe in Kiev dode demonstranten op een plein lagen, in Syrie zijn de cijfers van de doden zo onvoorstelbaar hoog dat het je nauwelijks raakt, omdat je je er niets bij kunt voorstellen. Niet bij de getallen, niet bij wie waar tegen vecht, niet bij de zinloosheid – als je beweegt dan schiet ik, want jij hoort niet bij mij.
Ze zeggen altijd dat je veel over de geschiedenis moet weten, omdat de historie ons waarschuwt hoe het niet moet.

Ik ben ernstig toe aan een ander boek, een boek over liefde of zo, zo’n boek dat ik altijd koos.

Eerzaam ouderschap

21 February 2014

Andrew Solomon interviewde ruim driehonderd ouders van kinderen met een ernstige afwijking, en schreef daar een boek over, ‘Ver van de boom’.
De Volkskrant sprak met de Amerikaanse schrijver, die onder meer logeerde bij de ouders van Dylan Klebold, een van de twee leerlingen van Columbine High School, die samen twaalf scholieren en een docent dood schoten.
,,Helaas is eerzaam ouderschap geen garantie voor deugdzame kinderen”, zegt Solomon.
De verwachting dat hij na het gesprek meer zou begrijpen van de onbegrijpelijke daad van de zoon kwam niet uit. De ouders vond hij ‘prettig en intelligent’, hun zoon was ook ‘lovable and loved’, het was een van de gezinnnen waar hij ‘graag’ deel van uit zou willen maken. De buitenwereld houdt de ouders verantwoordelijk, stelt hij. ,,Maar met het verhaal van de Klebolds in mijn achterhoofd weet ik dat het iedereen kan overkomen.”

Solomon constateert dat ouders altijd de schuld aan zichzelf geven, als hun kinderen in de problemen komen. ,,We denken dat we in staat moeten zijn te voorkomen dat het ongelukkige kinderen worden, die anderen ongeluk bezorgen. Het is niet zo dat we dat kunnen, maar we hebben wel het gevoel dat het zo zou moeten zijn.”

Ik moest denken aan ouders die euforisch uitroepen dat hun opvoeding geslaagd is als hun kinderen geslaagd zijn. Die graag met de eer strijken, als hun kinderen het goed doen. Alsof het hun verdienste is, alsof zij het allemaal veel beter doen, alsof zij niet ook een (veel) groter portie geluk hebben dan de buren, die een autistisch kind hebben, of een zoon met verkeerde vrienden, of een dochter die geen zin heeft in een vervolgopleiding.

Zilver

18 February 2014

In Trouw staat een artikel van een verslaggeefster die op de grens van Syrie en Irak was, waar vluchtelingen tevergeefs wachten op het moment dat zij kunnen oversteken naar een veiligere plek. Maar de brug over het water is weg, terug naar hun verwoeste steden – soms wel 600 kilometer verderop – kunnen ze niet.
,,De zieken worden zieker en de hongerigen hongeriger – meer heeft het leven hier niet in petto”, is de slotzin.

O wat erg, o wat erg zei ik pas uren later, toen Sven Kramer geen goud won. Acht jaar van zijn leven, voor slechts zilver.

Op de fiets naar huis vroeg ik me af wat het eigenlijk betekent – de ondraaglijke lichtheid van het bestaan.

Benno L.

17 February 2014

Op Facebook zegt iemand dat hij ‘meer hoort op de vuilnisbelt, thuis weg rottend’.
Op foto’s zie je de grimmige gezichten van buurtbewoners, die heel erg boos zijn dat de pedofiele zwemleraar Benno L. na zijn vrijlating een woning kreeg in een Leidse seniorenflat.
Een man maakte een spandoek met de tekst: ‘Bruno L., voor jou is er maar 1 plek: de hel’. Tegen de krant zegt hij: ,,Mijn ouders wonen bij hem in de flat en mijn kleine gaat daar vaak logeren. Dan is Benno ineens de nieuwe buurman. Hij moet gewoon wegwezen.”

Nergens heb je absolute veiligheid, maar mijn ouders wonen in een seniorenflat en mijn dochters logeren daar vaak. Ik geloof niet dat ze ergens veiliger zijn.
Ik moet denken aan de 12-jarige Milly uit Dordrecht, die werd verkracht en vermoord door haar buurman, een politieagent. Gevaar waar je niet op bedacht bent is het gevaarlijkst.

Benno L. kreeg zes jaar cel, en nu is hij onder voorwaarden vrij. Hij draagt een enkelband, hij mag op bepaalde plekken niet komen, en de burgemeester heeft zich ervan laten overtuigen dat de kans heel klein is dat Benno L. nog een keer doet waarvoor werd veroordeeld: het aanranden en foto’s maken van jonge meisjes.
Mensen die zijn veroordeeld voor zedendelicten moeten na hun straf ergens kunnen wonen, en als alle burgemeesters nee zeggen, dan kunnen ze nergens wonen, zegt de burgemeester. En niemand kan beweren dat het anders is.

Dat de burgemeester het nieuws voor zich heeft gehouden, wordt hem nu verweten. Het lijkt me een illusie dat hij van tevoren de demonstranten van nu had kunnen overtuigen. Misschien, dacht ik, ook al mag je dat geloof ik niet denken, had hij een seniorenflat moeten kiezen in een wijk waar mensen wonen van wie je kunt verwachten dat ze toleranter zijn, of willen zijn, misschien alleen al doordat hun eigen leefomstandigheden over het algemeen bovengemiddeld goed zijn.

Omdat ik zelf ook tolerant ben of wil zijn, moest ik vervolgens gaan nadenken over de vraag hoe het zou zijn als Benno L. in een seniorenflat zou wonen in onze wijk.

Het duurde even voordat ik besefte dat de kans verwaarloosbaar klein zou zijn dat juist Benno L. – met zijn elektronische enkelband – mijn dochters ergens op zou staan te wachten, of zou aanbellen met een katje op zijn arm, zoals de Dordtse politieagent deed.
Van te voren zou ik van de betrokken instanties wel graag horen waarom zij denken dat de kans op herhaling verwaarloosbaar is, en wat de voorwaarden precies zijn, waaronder hij naar een zelfstandige woning in onze wijk mocht verhuizen.

De burgemeester had dat toch beter wel kunnen doen, denk ik – de flatbewoners en de wijk van tevoren inlichten. Je moet mensen serieus nemen – het wantrouwen tegenover de politiek, bestuurders en onze overheid is al zo groot.

Desalniettemin was het een moedig besluit, waar hij zich niet voor hoeft te schamen.
Dat moeten de mensen doen die Benno L. een leven in de hel of wegrottend op een vuilnisbelt toewensen. Maar ik weet niet of ik dat tegen ze zou durven zeggen.
Het lijken me enge buren.