Over opvoedpaniek schreef psychologe Rita Kohnstamm een groot artikel in dagblad Trouw.
Opvoedpaniek, dat is iets dat heerst in het land.
Het is het idee dat opvoeden moeilijk is en niet zomaar aan ouders kan worden overgelaten. Die hebben er hulp bij nodig – cursussen, tv-programma’s, hulpverleners, deskundigen.
Het is best leuk, zegt Kohnstamm, om als ouders iets te weten over de ontwikkeling van kinderen, of over het effect van omgangsvormen tussen ouders en kinderen.
Maar het is volgens haar onzin om te denken dat er een algemeen geldende manier is van opvoeden. Daarover zijn de deskundigen het zelf ook niet eens.
Opvoedpaniek is de schuld van allerlei deskundigen, stelt Kohnstamm. Zij hebben ouders de stuipen op het lijf gejaagd met wat er allemaal mis kan gaan en met het idee dat er begeleiding nodig is bij het opvoeden.
Halverwege de vorige eeuw ontstond de gedachte dat het gedrag van mensen afhankelijk was van de omstandigheden en de omgeving. Mensen zouden zich aan gunstige leefomstandigheden aanpassen. ,,Het idee van de maakbare samenleving was geboren.”
,,De verbinding met het grootbrengen van kinderen is makkelijk te maken. Als ouders zich op de juiste manier gedragen zullen de kinderen daar op prettige wijze op reageren. Het maakbare kind in het maakbare gezin, met hulp van de deskundige.”
,,Van kinderen grootbrengen zijn we verzeild geraakt in kinderen opvoeden. En dat is een groot verschil”, schrijft Kohnstamm. ,,Grootbrengen, dat is: volwassenen leven hun leven en de kinderen leven daar in mee. Ze hobbelen mee op kindermaat.”‘ En meestal lukt het wel om zo een acceptabele volwassene te worden.
Zij citeert de beroemde opvoedkundige Dr. Spock: ,,Hecht niet te veel waarde aan wat de buren zeggen en raak niet te zeer onder de indruk van wat deskundigen beweren. Durf op uw eigen gezonde verstand te vertrouwen. Een kind verzorgen is niet zo verschrikkelijk moeilijk.”
Opvoeden is wat anders, ‘het is een soort werken aan je kind tot je een geslaagd resultaat bereikt’. Zo worden kinderen ‘eindproduct van de ouderlijke opvoedingsinspanning’. Met ouders die zich schamen als hun kind een wedstrijd verliest, die met argusorgen de schoolvorderingen volgen en op de stoep staan bij iedere onvoldoende: mijn kind is niet dom, wat denkt u wel. Die ouders prijzen hun kind constant de hemel in, ‘maar eigenlijk prijzen ze zichzelf: kijk eens wat een leuk, knap, origineel kind ik heb gemaakt!’
Het geloof in de maakbaarheid van bijzondere kinderen heeft volgens Kohnstamm als bijeffecten dat mensen denken dat met een goede opvoeding problemen kunnen worden voorkomen of snel opgelost kunnen worden. Daardoor kunnen ouders het slecht verdragen als het thuis niet helemaal lekker loopt. ,,Dat hoort niet, dan schiet je tekort.” Ouders zoeken de schuld bij zichzelf (wat hebben we verkeerd gedaan) en als ze het zelf niet doen dan doen anderen het wel: ,,Die ouders pakken het helemaal verkeerd aan.”
Er wordt vergeten, zegt Kohnstamm, dat conflicten, zorgen, narigheid, slechtheid onlosmakelijk zijn verbonden met het leven.
En soms doen ouders het ook verkeerd, het zijn immers ook maar mensen.
Ouderlijke bescheidenheid moet er zijn, schrijft Kohnstamm. Ouders moeten aanvaarden dat het leuke, gezellige, ontspannen gezin niet altijd bereikbaar is. ,,Je kunt niet meer dan je best doen om het te benaderen, maar je hebt niet alles in de hand. De op maakbaarheid ingestelde moderne mens houdt daar niet van. Die wil zijn zaakjes kunnen overzien en dus ook risico”s voorkomen.”
En dat kan niet altijd. Soms ‘slaat het leven zelf toe’. Ouders kunnen en moeten dat niet altijd willen voorkomen.
Te veel fysieke en emotionele bescherming leidt tot volwassen watjes. Kinderen hebben avontuur en risico nodig om zelfstandig te worden. ,,Moeten langs het randje kunnen lopen en soms vallen, zodat ze door ervaring wijzer worden en zelfredzaam. Ouders moeten dan ook niet alles willen weten of zien.”
Liefdevolle verwaarlozing is hier een prachtige uitdrukking voor, schrijft Kohnstamm. ,,Een wat verwarrend begrip, maar het leven is nu eenmaal een warboel. En er zit in die combinatie wel alles wat een kind nodig heeft.”
Haar conclusie:
Ouders moeten de illusie van het maakbare kind opgeven, het zijn eigen gang kunnen laten gaan en de deskundigen buiten de deur zien te houden.