Vandaag deel zeventien van de huishoudelijke beslommeringen van een werkende moeder.
Die had dus in februari een nieuwe wasmachine gekocht en een nieuwe droger. Handig, nieuwe spullen. Daar heb je de komende jaren geen omkijken naar.
Eerst deed de wasmachine het niet meer. Maar dat ben ik alweer vergeten, want die draait weer als een dolle.
Nu doet de droger het niet meer. Althans, na een paar minuten gaat -ie piepen en mij vertellen dat het waterreservoir vol zit, maar dat is juist hartstikke leeg.
De winkel gebeld, zo’n zaak waar je spullen koopt omdat je denkt dat je de goede service er gratis bij krijgt.
De monteur kwam vorige week. Vroeg. Voor mij zelfs heel vroeg.
Hij kwam het serienummer opnemen. Want hij kende het probleem. Een kinderziekte van de droger, die de fabrikant kwam verhelpen.
Maar ik ben expres vroeg opgestaan, zei ik, enigszins verbouwereerd.
De man keek mij al even verbouwereerd aan.
Later die dag kreeg ik een sms van de fabriek. Of ik wilde bellen voor een afspraak en het serienummer wilde doorgeven.
Ik was weer een beetje verbouwereerd. Ik dacht dat ze mij zouden bellen en het serienummer al hadden. Maar als ik dat zeg, zijn ze vast een beetje verbouwereerd.
Toen lag er een briefje in de bus. Een pakketje voor mij was bij de buren afgeleverd. Het was een pakketje van Yves Rocher. Maar ik bestel nooit wat bij Yves Rocher. De vorige bewoonster wel, want die krijgt op mijn adres nog steeds post van Yves Rocher. Die ik dan braaf naar Yves Rocher terugstuur.
De buurman kwam het pakketje brengen. Ik heb een paar uur naar de doos gestaard en dacht, ik maak ‘m maar open. En ik hou dan gewoon wat er in zit. Er zitten spullen in die ik best wil hebben. Maar er zit ook een bon in van 26 euro. Die hoef ik dan weer niet. Dus ik moet het pakketje naar het postkantoor brengen. Dat kantoor waar ik ook altijd naar toe moet als er bij mij een pakketje wordt bezorgd. Dan ben ik namelijk nooit thuis. En de buren zijn dan ook nooit thuis.
Toen kwam er een brief van de bank. Ik moet de pincode van mijn nieuwe betaalpas afhalen op een soort postkantoor in een winkelcentrum dat helemaal uit de slinger ligt. Ik kom er nooit. En elke dag fiets ik zo’n beetje langs een echt filiaal van de bank waar mijn rekeningen lopen.
U denkt waar gaat dit verhaal naar toe. Ik zal het u vertellen.
Ik moet het serienummer van de droger opschrijven en de fabriek bellen.
Ik moet naar het postkantoor om een pakketje dat niet voor mij is terug te brengen.
Ik moet naar een winkelcentrum waar ik nooit langs kom en waar ik zelfs nooit in de buurt kom om de pincode van mijn nieuwe bankpas op te halen.
Het leven is soms best ingewikkeld.
En als ik de werkende moeder niet was, dan zou ik zeggen: ik wou dat ik jouw problemen had.