De tijd kwam ik door met garnalenkroketjes en bier, boodschappen doen of rondhangen in de boekhandel die tot negen uur open is.

En dan kwam ik de straat in en dan zag ik haar fiets staan en dan stortte ik alweer een beetje in.

De eerste keer zei ik om acht uur dat ze naar huis moest gaan. Ze ging niet. Ik zei dat ze echt moest gaan. Ze wilde niet. Ik zei dat ze Nu Echt moest gaan. Nee. Maar ik ben de baas, zei ik. Take the money and go. Ze bleef.

Zo ging het elke week. De ene week zou ze er van vier tot zeven zijn en de andere week van een tot vier. Maar op welke tijd ik ook thuiskwam, altijd was ze er nog. Soms verzon ik een smoesje, dat er bezoek kwam, dat ik weg moest, dat er mensen kwamen eten, en na enig aandringen begreep ze dan wel dat ze weg moest gaan.

Ondertussen was er een kaasschaaf kwijt, kocht ik een nieuwe, ook kwijt, bleek ze kaasschaven in een nauwelijks gebruikte lade te leggen. Ik moest olie smeren op de koelkastdeur die piept, ze vond het raar dat ik niet strijk, ze trok onkruid tussen de tegels vandaan waarvoor ik iemand op het verkeerde moment op de verkeerde manier enthousiast en verrast ging bedanken, en de laatste keer, toen ik om kwart voor zes thuiskwam en allemaal plastic tassen op de grond zag liggen maar haar niet kon vinden, was ze het oud papier naar de papierbak aan het brenget. Dat spaar ik voor mijn vader, zei ik. Waarom, vroeg ze. Omdat ie het opeet, nou goed, wilde ik zeggen, maar ik zei niks. Zij zei: Je hebt daar twee krantenbakken, je moet geen tassen met kranten in een kast stoppen. Waarom doe je dat?

Maar dat geheel terzijde.

Punt is dat ik er niet meer tegen kon dat elke vrijdagavond als ik thuiskwam de werkster in mijn huis rondliep. Ik wilde alleen zijn, niet praten, onder de douche als ik dat wilde. Ik trok het niet meer. Ik moest haar ontslaan.

Woensdag heb ik dat gedaan.

Het is helemaal niet zo moeilijk om een eenmansbedrijf te leiden.

Al moet ik wel zeggen dat ze me die ochtend al vijf keer had gebeld voordat ik haar terugbelde. Ze belde om te vertellen dat ze een rode vaas had gebroken.

Die was ik inderdaad al een tijdje kwijt.

Average Rating: 4.6 out of 5 based on 190 user reviews.

4 Reacties op “”

  1. wendy Says:

    Oh wat een vreselijk rampverhaal! En je was nog wel zo tevreden na het sollicitatiegesprek. En nu? Op zoek naar een opvolgster voor je werkster? Of heb je er definitief genoeg van?

  2. Ingrid Says:

    Volgens mij mag je blij zijn dat je eraf bent: voor je het weet ligt ze ’s nachts naast je in bed…

  3. Sabrina Says:

    Ik heb de mijne ook ontslagen. Maar dan om een andere reden. Ik herken het wel hoor. Mijn huis is mijn domein en ik wil gewoon onderbroeken op de overloop kunnen laten slingeren. Maar de avond voordat de hulp kwam, rende ik als een bezetene door het huis om op te ruimen…

  4. Janet Says:

    Ze bedoelde het natuurlijk goed, ze heeft me niet bestolen en ze lag niet ineens naast me in bed. Dus je zou ook kunnen zeggen: het viel allemaal best mee. Misschien is het vooral wel zielig voor haar. En jaaaa, ik ga zeker op zoek naar iemand anders!

Laat een reactie achter