Ah, daar was de vriend die helemaal niet van Onze Koninklijke Familie houdt. Die kon ik mooi eens blij maken.
Goed nieuws, zei ik. De leden van het koninklijk huis krijgen nog maar de helft van het budget voor privéreizen! Nog maar drie ton!
Dat had ik nou niet moeten zeggen. Dat het een schande is, zei hij, en volkomen belachelijk dat wij nog steeds de vakantiereisjes van Maxima en Willem-Alexander en Beatrix moeten betalen, en dat die mensen al zo veel geld krijgen. En dat is ons belastinggeld, hè.
Ik zei wat ik meestal zeg in zulke gevallen. Tja.
Toen werd -ie ook nog boos over het onderhoud van de boot van de koningin, die voortaan zelf de grote onderhoudsbeurt gaat betalen. Maar de kleine onderhoudsbeurten, die betalen wij.
Tja, zei ik.
Het onderhoud aan het schip wordt gepleegd door het ministerie van defensie, waar zestigduizend ambtenaren werken. Dat zouden er ook veel minder kunnen zijn.
Tja, zei ik weer. U weet wel waarom.
Kortom: er valt nog een hoop te verbeteren in de wereld, zei hij.
Te beginnen bij onszelf, zei ik, omdat ik soms ook wel eens wat wijsneuzerigs wil zeggen.