1. Ik neem mijn tennisdiploma morgen mee naar school, want A heeft gezegd: ik wil m zo snel mogelijk zien.

2. Ik zie nu dat ik de goedkoopste deo gebruik die er is. Misschien ligt het daaraan.

3. Heb ik de hele ochtend al zin om een flesje bier uit de koelkast te pakken. Zal ik alcoholist zijn?

4. Na tien minuten voelde ik mijn billen al.

5. Jij zit onder Simon in mijn hoofd.

6. Mijn moeder is een prullenbak.

7. Dit is natuurlijk ook niet mijn eigen kantje.

8. En dan zegt zij: we nemen een bakje nootjes, en dan neemt ze er zelf vijf zodat ik dat hele bakje moet opeten.

9. Ik zit nooit op de bank.

10. Jij bent toch een parttime vrouwtje.

Average Rating: 4.4 out of 5 based on 203 user reviews.

Laat een reactie achter