Als er geen taart is dan worden er bij de supermarkt aan de overkant wel chocolate cookies gehaald (‘die paarse, jaaaa’) of het is het tijd voor een verlaat ontbijt met vette croissants. Tussendoor zijn er altijd wel pepernoten of pepsils of iemand haalt gevulde speculaas en je moet er niet gek van opkijken als aan het einde van de dag een schaal langskomt met worstenbroodjes. En anders is er wel een reep chocola. Of een doos merci.

Deze week hadden we onze eerste do-mi-bo met wijn en kaas en worst en nootjes. En omdat er nog wijn over was, en kaas en worst trouwens ook, zat er de volgende dag niets anders op dan een vrij-mi-bo.

’s Avonds ga ik met de trein naar huis en moet ik vaak wachten (regen, storm, bladeren op de rails, wisselstoring, trage machinist, slome passagiers, rood sein) op een winderig en kaal station, dat pas is vernieuwd. Elke dag verbaast het me dat ze er zo’n saaie bedoening van hebben gemaakt. Zonder boekhandel of een drogist waar je lekker even in kunt rondneuzen en zonder een kiosk. En vooral zonder snackdinges met krokettenautomaat. Wat is dit voor station, is dit wel een station?

De 1, 40 brandt in mijn portemonnee. In gedachten zie ik het geld door het gleufje glijden en het glazen deurtje opengaan. Want he, ja, het is etenstijd, en ik heb hongerklop, en een onbedwingbare trek in de topsnack die een kroket nu eenmaal is.

Mistroostig zoek ik dan in mijn tas waar altijd nog de appel in zit die ik er die ochtend vol goede moed heb ingestopt. Omdat er niks anders op zit ga ik die met lange tanden opeten, mezelf voorhoudend dat ik maar even door de zure appel heen moet bijten.

Het dringt kennelijk nog niet helemaal tot me door dat ik dankzij dit mistroostige station het komende jaar niet tien kilo zal aankomen.

Vermoedelijk blijf ik keurig steken op negen.

Average Rating: 4.4 out of 5 based on 241 user reviews.

Laat een reactie achter