Het archief van juli 2011

Zichzelf

donderdag, juli 21st, 2011

Wat wil je je kinderen meegeven?
Dat vraag ik wel eens aan mezelf.
En heel soms aan anderen.

Zelfvertrouwen, antwoord ik dan op mijn eigen vraag.
Ik wil onze kinderen graag zelfvertrouwen geven.
Daarom zeg ik zo vaak tegen ze hoe mooi ze zijn, en hoe lief.
Wat ze natuurlijk ook gewoon zijn.

Vanmiddag vertelde een vriendin dat ze ergens had gelezen dat wij een land zijn van een zesjescultuur omdat we onze kinderen te veel prijzen. Ze horen altijd maar dat het geweldig is wat ze doen, ook al zijn ze middelmatig.

Desondanks hou ik vol, hoor.
Zelfvertrouwen is belangrijk.
En dat je goed voor elkaar moet zorgen.
En dat je moet proberen om elke dag weer vrolijk te beginnen.
En dat je het beste uit jezelf moet halen.

Maar misschien is het allerbelangrijkste wel dit:
dat een kind vooral zichzelf moet zijn, zijn eigen weg moet kiezen.

En dan is de vraag “wat wil je je kind meegeven” misschien wel niet zo belangrijk.
Maar: wat geef je jezelf mee als ouder.
Dat je je kind vooral zichzelf laat zijn.
Het klinkt heel logisch, normaal, gemakkelijk, voor de hand liggend.
Maar volgens mij is dat helemaal niet zo.

Kamperen

dinsdag, juli 19th, 2011

Hoongelach was mijn deel.
Echte bedden in een ingerichte tent, dat is toch niet echt kamperen.

Alsof mijn dochters en ik volgende week niet echt onder een dun tentdoekje liggen met een minimumtemperatuur van elf graden.
Alsof ik niet met mijn handdoek naar de douche moet lopen.
En met de afwasteil naar het afwashok.
Alsof ik ’s ochtends niet de rits opentrek en meteen door alle medekampeerders word bekeken.
Alsof we sowieso niet de hele dag worden bekeken.

Hij

maandag, juli 18th, 2011

Liever maakt -ie me.
En leuker en slimmer, en grappiger en sexier, en mooier, dan ik eigenlijk ben.
En ooit ben geweest.

Hij is mijn grootste fan, mijn supporter, mijn steun en toeverlaat.

Ik hou van hem, en kan alleen maar hopen dat hij nog heel lang van mij houdt.

Zomer

zaterdag, juli 16th, 2011

Ah, daar gaan we weer, dacht ik van de week.
Het regent een dag en iedereen heeft het nergens anders meer over.
Zelf klaag ik dan niet. (o, o, ik klaag eens een keer niet)
Omdat ik denk: het heeft ook lang niet geregend.
En omdat ik in de winter al genoeg klaag over de kou, die al zo snel ernstige vormen aanneemt.
En omdat het een saai onderwerp is.
Bovendien: de zomer zit in je hoofd, beste mensen.
Vanmiddag fietste ik in de warme regen. Heen. Terug.
De zomer zat in mijn hoofd.
De zomer zat lekker in mijn hoofd.
De zomer zat zo lekker heerlijk vrolijk in mijn hoofd.

Toen keek ik naar de weersverwachtingen voor de komende veertien dagen voor La Roche en Ardenne.

Heel leuk dat wij daar over een week gaan kamperen.

ING (2)

donderdag, juli 14th, 2011

Sinds vanavond kan ik weer elektronisch bankieren.
Er lag vandaag ook een nieuwe pas in de bus.
Misschien kan ik over een paar dagen wel weer pinnen.
Het is precies drie weken geleden dat mijn tas werd gestolen en mijn rekening werd geplunderd.
Ik ben gebeld door een aardige meneer van de ING.
Die bood zijn excuses aan en zei dat hij het allemaal heel vervelend vond.
Ik heb hem nog een tip gegeven. Dat het al helpt als mensen aan de telefoon een beetje met je meevoelen.
Ik krijg “een kleinigheid” toegestuurd.
Dat telefoontje en dat kleinigheidje had ik zonder dit blog natuurlijk nooit gekregen.
Er zijn heel veel mensen zonder een blog.

Dat een organisatie een fout maakt, dat kan gebeuren. Daar word ik niet boos over. Wij maken op ons werk ook fouten, ik zeker.
Ik word boos om grote banken die mensen in een callcenter zetten die precies doen wat ze van de computer moeten doen en die soms helemaal niet weten wat ze moeten doen. Die je het gevoel geven dat zij het ook allemaal niet kunnen helpen en dat het misschien wel je eigen schuld is. Waardoor het lijkt alsof je blij moet zijn dat je klant mag zijn, in plaats van dat zij blij zijn dat jij klant bent.

Het is gek. Ik was iemand die bij deze bank hoorde. Die er zijn eerste rekening opende, die er spaart, die er vier hypotheken voor vier huizen afsloot.
Die bank is een groot, ver, log en langzaam instituut geworden, met ingewikkeldheden en onbegrijpelijkheden. In de filialen delen ze flesjes water uit. Het irriteert mateloos als je niet echt geholpen wordt. Als je een podium hebt om je ongenoegen te spuien, krijg je een telefoontje, excuses, begrip en een ‘kleinigheidje’. Het is goed bedoeld, daar twijfel ik niet aan, maar het geeft je ook het gevoel dat je onderdeel bent van een publiciteitsmachine.

En het gevoel dat je bij een bank zit die bij je hoort, krijg je er niet mee terug. Maar misschien is zo’n gevoel wel niet meer van deze tijd.

Dochter

dinsdag, juli 12th, 2011

Door vakantie en zieken zitten we behoorlijk krap.
Even zag ik als enige oplossing dat ik zelf zou gaan werken, morgen.
Als ik moet werken, dan neem ik ontslag, zei ik.
Want morgenochtend om half negen staat mijn jarige jongste dochter voor de deur.
Ik heb er over nagedacht, maar ik meende het geloof ik echt.
De ene prijs is hoger dan de andere.
Dan maar drie hoog achter in een flat.

Het is verder niet aan de orde.
Mijn collega’s hadden gelukkig allang bedacht dat ze mij helemaal niet nodig hebben.
Maar daar had ik dus mooi even mijn eigen onverwachte grens gezien.

ING

maandag, juli 11th, 2011

Mijn tas was dus gestolen. Met mijn telefoons, huissleutel, portemonnee, en twee bankpassen.
Drie kwartier later was ik thuis en belde de ING om de diefstal te melden en de rekeningen te blokkeren.
Ik vroeg nieuwe passen aan.
De volgende dag deed ik aangifte bij de politie.
De politie belde naar de ING om te vragen of er geld van mijn rekening was gehaald.
Er zijn geen bijzonderheden, meldde de ING-medewerker.

Ik ging een weekendje weg.
Toen ik thuiskwam ging ik inloggen op mijn ING-rekening.
Ik zag dat er heel veel geld van mijn rekening was gepind, in de drie kwartier tussen de diefstal en de blokkering.
Ik belde de ING. We sturen een schadeformulier op, zei de ING.

De volgende dag zei iemand: krijg je wel een nieuwe pincode?
Ik belde de ING. Ik kreeg geen nieuwe pincode.
Maar die wil ik wel, zei ik, want mijn rekening is geplunderd met deze pincode.
Nou, zei de mevrouw van de ING, excuses, want die hadden ze meteen voor u moeten regelen.
Ze hadden trouwens bij uw eerste melding meteen al moeten zien dat er geld van uw rekening was gehaald.
Dat hebben ze niet bekeken, zei ik.
En toen er vanaf het politiebureau werd gebeld, hebben ze geen onrechtmatigheden gezien.
En toen ik zondag belde om het leegplunderen te melden, hebben ze geen nieuwe pincode geregeld.
Dat is allemaal fout gegaan, zei de mevrouw.
Maar u krijgt een nieuwe pincode bij uw pas, dat kan ik nu nog regelen.

Op donderdag lag er een nieuwe betaalpas in de bus.
Op vrijdag een briefje dat ik de nieuwe pincode kon halen bij de bank.
Die bank lag helemaal uit de route en was al gesloten toen ik thuiskwam.
Op zaterdag fietste ik naar het bankfiliaal.
Ik kreeg de nieuwe pincode.
De betaalpas werkte niet.
Dat vond ik niet zo fijn.
Ik wond me er een klein beetje over op.
Ik kan er ook niets aan doen dat uw pas is gestolen, zei de mevrouw van de bank.

Ik ging op vakantie. Zonder pas. Zonder pincode.

Ik kwam terug. Vandaag belde ik de ING weer.
De pas die u heeft is afgemeld, zei een mevrouw.
En er is een andere naar u toegestuurd.
Die heb ik niet ontvangen, zei ik.

Ik moest een ander nummer bellen.
Ik legde de situatie opnieuw uit.
De pas die u nu heeft is op uw eigen verzoek afgesloten, zei de mevrouw.
Die pas is niet op mijn eigen verzoek afgesloten, zei ik.
Dat is wel gebeurd, zei de mevrouw.
Dat heb ik niet gedaan, zei ik.
Dat staat in het systeem, zei de mevrouw.
Fuck het ING-systeem!!!!!!, hoorde ik mezelf ineens keihard door de telefoon schreeuwen.
U moet niet zo boos op mij worden, zei de mevrouw.

Okee, zei ik.

Nu krijg ik weer een nieuwe pas.
Met pincode.
Of ik de nieuwe pincode dan kan ophalen bij een bankfiliaal waar ik elke dag langs fiets, en dat langer open is dan het bankfiliaal dat zo uit de route ligt.
Dat kan niet, zei de mevrouw.
De computer selecteert het filiaal.

Zachtjes juichte ik van binnen. Lang leve de computer. Lang leve de ING.

Vriendje

zaterdag, juli 9th, 2011

Dit is mijn vriend, zei ik. Mijn moeder stond naast me en moest een beetje lachen. Nu ben je 45 en zeg je: dit is mijn vriend.

Ik vond het zelf ook een beetje raar. Een vriend heb je als je 26 bent, of zo.

Je kan ook vriendje zeggen, zei de vriend in kwestie. Ik weet het niet. Volgens mij heb je een vriendje als je 16 bent. Of 6.

In mijn gedachten noemde ik hem graag mijn verkering, of mijn verloofde, en mijn geliefde, en mijn beste vriend.

Maar het ene klopte niet en het andere was stom.

Het valt taalkundig nog helemaal niet mee om de dingen te benoemen als je een vrouw van middelbare leeftijd bent en weer in de liefde bent gevallen.

In Portugal was alles goed.

Ik ging wat vragen bij de receptie van het hotel.

Toen ik terugkwam zei ik een beetje verbaasd wat ik had gezegd.

Heel goed, zei de man, die ineens mijn man was geworden.

Hoe

donderdag, juli 7th, 2011

Hoe dicht ligt nu niet bij nooit.

Kleren

zondag, juli 3rd, 2011

Kleren die je bewaart in de stellige overtuiging dat je ze binnenkort weer past, worden met de jaren steeds kleiner en strakker.

Zo gek.