De Poolse werkster doet graag wat zij wil.

Kleren in de was gooien.
Nog niet lege tandpastatubes weggooien.
Nog veel meer weggooien.
Opruimen.
Zo opruimen dat alles onvindbaar is.
Te vroeg komen, en dat is dan altijd: middenin de huiselijke ochtendspits.
Briefjes met opdrachten achterlaten.
En.
Niet goed schoonmaken.
En.
Niet doen wat ik wil.

In mei was ik al bijna zover.

Maar ik vond haar zielig.

Maar toen.

Weer kleren in de was. Weer tandpasta weg. Weer stof op de verwarming in de badkamer. Weer een plakkerige grip van de keukenlade.

Maar toen.

Werd ze ontslagen door een andere baas van een huishouding. Daar maakte ze ook niet schoon.

Toen dacht ik: ik wacht nog even.

Toen zei iemand dat ze een andere werkster voor me wist.

Toen dacht ik: nu kan het. Toen zei iedereen: je kan het niet telefonisch doen. Toen dacht ik: ik moet ook de sleutel nog terug. Toen dacht ik: ik zeg het als ze komt.

Toen kwam ze.
Maar toen.
Zei ik het niet.

Toen gingen we op vakantie.

Donderdag komt ze weer.

Voor de laatste keer.

Hoop ik.

Average Rating: 4.7 out of 5 based on 287 user reviews.

3 Reacties op “”

  1. Sannah Says:

    Sterkte dan donderdag!
    Maak jezelf blij.

  2. Janet Says:

    Dat is een goeie, dank je.

  3. R Says:

    Je kan het, je kan het, je kan het !

Laat een reactie achter