Het jongetje babbelde er lustig op los. Hij klepperde met de brievenbus. Hij maakte grapjes.
Zijn vader had zijn mooie, dikke aktetas op de grond gezet en wachtte ongeduldig tot de deur open zou gaan.
Zullen we nog een keer bellen?

Gelijktijdig waren we weer buiten. Hij zette het jongetje in het zitje voorop de fiets en gaf hem een koek. Toen tilde hij zijn twee dochters op en zette ze in de twee zitjes achterop.

Nog even zag ik hem fietsen.

Had ie zich moeten haasten om op tijd bij de buitenschoolse opvang te zijn? En kon hij toen eigenlijk al weg van zijn werk? En zal hij een zware dag hebben gehad? En is het eten al klaar als hij thuiskomt?

En toen betrapte ik meelf erop dat ik medelijden had met deze meneer, en dat het er allemaal zo tobberig uit zag, en dat ik hem eigenlijk gunde dat hij om vier uur was thuisgekomen met zijn drie kinderen en met een kopje thee op de bank was neergezegen.

Maar dat kwam misschien wel door wat iemand me een dag eerder had gezegd.

Average Rating: 4.6 out of 5 based on 297 user reviews.

Laat een reactie achter