Een heel raar geluid was het. Alsof we over een enorme bonk stenen reden.
Beneden ons klonk luid gegil.
Blijf maar zitten, zeiden mensen tegen elkaar.
Al snel werd er iets omgeroepen.
Er was een aanrijding met een persoon geweest.
Het zou wel een tijd duren voordat we verder konden rijden.

In de trein ontstond direct een zekere vorm van solidariteit.
Mensen deelden snoepjes uit en voerden gesprekken met wildvreemden.
Binnen een mum van tijd was er een colonne NS’ers.
Er was een protocol in werking getreden, dat was wel duidelijk.

En de hele tijd had ik het idee in mijn hoofd dat er iemand heel dicht bij ons was dood gegaan, door een voertuig waarin wij zaten. Dat er een einde aan een leven was gekomen, dat vast ooit mooi was geweest maar waar iets verschrikkelijk fout was gegaan. Dat er dierbaren moesten worden ingelicht. Dat dat misschien wel op het moment gebeurde.

Dat ik twee uur later thuis was dan gepland, was verder volkomen onbelangrijk.

Average Rating: 5 out of 5 based on 159 user reviews.

1 Reactie op “”

  1. Ernie Says:

    Jeetje…

Laat een reactie achter