Mannenhemden

Witte mouwloze mannenhemden zijn ineens van een oogverblindende schoonheid als ze spannen om de torso van Sven Kramer.
Zijn brede schouders glimmen van trots, zijn gebeeldhouwde bovenarmen glanzen.
Sven Kramer heeft goud gewonnen op de vijf kilometer, omdat hij als geen ander kan wat hij in zijn hoofd heeft: 29.2, 29.2.
Het podium in Sotzy kleurt oranje en de koning en de koningin en de minister-president en de directeur van KLM zeggen dat het fantastisch is. Zij en vijf miljoen andere Nederlanders hebben naar een tergend langzame nepwedstrijd gekeken van mannen die eindeloze rondjes schaatsen. Thuis worden de beelden aan elkaar geleuterd door Nederlandse commentatoren die zijn uitgekozen omdat hun intonatie, toon en stemgeluid uitstekend passen bij dit onderdeel van de Olympische Spelen, dat nog veel saaier is dan een top-korfbalwedstrijd. Over iedere deelnemer die wij niet kennen en niet willen kennen weten zij een weetje dat niemand wil weten.
De hele wereld weet dat snowboarden en shorttrack en de biathlon spannender en spectaculairder zijn dan het ouderwetse langebaanschaatsen maar wij vinden het fantastisch. We houden ervan. Vanwege de nostalgie, misschien uit gewoonte, vast niet vanwege een fantastische torso in een wit mannenhemd, ook al sluit ik dat niet helemaal uit.
Vermoedelijk is het vooral het resultaat dat telt, en kijken we vanwege nationale trots, omdat we met zijn allen ergens heel erg goed zijn, ook al is het dan in iets dat de rest van de wereld nauwelijks interesseert.

Laat een reactie achter