Het is raar om gisteren, toen het heel vaak ging over het recht op vrije meningsuiting, het gevoel te hebben dat je niet kon zeggen wat je dacht. Dat gevoel bekroop me toen ik een foto op Twitter en op Facebook zag van mijn (oud-)collega’s die ergens op een redactie een minuut stilte hielden ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de aanslag in Parijs. Ze hielden pennen omhoog en papieren met ‘Je suis Charlie’. Onder de foto stond dat het indrukwekkend was.

Ik vroeg me af wat er was gebeurd als ik daar aan mijn bureau had gezeten en was blijven zitten. Omdat ik me niet kon of wilde of durfde te identificeren met de redactie van Charlie Hebdo, omdat ik mijn eigen werk niet zou willen of durven vergelijken met het werk dat zij doen. Omdat ik mijn rol in de strijd voor een betere wereld nogal mini- minimaal zou vinden – ik streefde altijd vooral naar een betere krant en betere werkomstandigheden voor mezelf. Omdat ik niet de behoefte voelde om op Twitter en Facebook te laten zien hoe geschokt ik was en hoe zeer betrokken bij de slachtoffers in Parijs en hun nabestaanden.

Ik zou hebben gevraagd waarom we niet vaker een minuut stilte zouden houden voor alle onschuldige slachtoffers van zinloos geweld. Bijvoorbeeld voor de ruim 6500 onschuldige burgers van Syrie die in 2014 omkwamen door bombardementen van hun eigen regering. Dat zijn er 18 per dag, op elke dag van het jaar. In Syrie is het altijd Parijs.

Maar zou ik het gedurfd hebben, zou ik als enige of als een van de weinigen op mijn stoel zijn blijven zitten? Collega’s zouden vast hebben gezegd dat ze respect hadden voor mijn mening, maar zouden ze dat ook gevoeld hebben? Of zouden ze me gek vinden, licht tegendraads zoals altijd, maatschappelijk te weinig betrokken, laf of bang misschien wel, of gewoon een beetje raar omdat ik kennelijk niet zo geschokt was door de afschuwelijke aanslag. Omdat ik kennelijk twijfelde aan al hun goede bedoelingen?

En zou ik later die dag de moed hebben gehad om te zeggen dat ik het nut niet zou inzien van een demonstratie voor het zogeheten vrije woord tegen zwaar gehersenspoelde moordenaars, ingehuurd door een mij onbekende groep extreme extremisten? Zou ik, terwijl de meerderheid van de collega’s er heen ging, thuis op de bank zijn blijven zitten omdat ik niet mee wilde doen met een actie die wat mij betreft een beetje te veel zou lijken op: kijk eens hoe maatschappelijk betrokken en geschokt ik ben, en kijk eens wat ik durf terwijl ik ook journalist ben, een journalist van de pen en het vrije woord en de vrije meningsuiting – je suis Charlie – iets wat ik niet kon zeggen omdat ik Charlie niet ben of wil en durf te zijn. Ik was niet Charlie, maar kon en mocht ik dat wel zeggen?

Ik dacht er aan hoe ik in sommige kringen niet eens meer durf te zeggen dat ik tegen Zwarte Piet ben, omdat we dan meteen in een hopeloze discussie belanden waarbij mensen je verwijten dat je een kinderfeest bederft en onschuldige tradities verkwanselt, terwijl zij het gevoel hebben dat jij hen onterecht beschuldigt van grove discriminatie. En ik dacht aan de soms venijnige of geergerde reacties op mijn boek, waarin ik probeer de andere kant te laten zien van de vaak algemene opvattingen over ouderschap.

En vooral bekroop me de vraag hoe tolerant ik zelf eigenlijk was, door me de hele dag ongemakkelijk te voelen bij alles wat ik zag gebeuren, bij alle bordjes met Je suis Charlie, bij iedereen die van de bank was opgestaan om heel maatschappelijk betrokken te strijden voor het zogeheten vrije woord.

Het is een behoorlijk sombere constatering dat de mens is geneigd tot alle kwaad – tot het klakkeloos volgen van leiders, het discrimineren van andere rassen, het veroordelen van mensen met een andere overtuiging, het over een kam scheren van allerlei bevolkingsgroepen, het met ziel en zaligheid verdedigen van je eigen stukje land.

Het is van een andere orde, maar het is ook een behoorlijk sombere constatering dat je zelf niet zo goed durft te zeggen wat je denkt, en het is nog erger om te voelen dat het slecht is gesteld met je eigen tolerantie.

Let’s make love, not war.

Ik ben Charlie niet, maar jij mag Charlie zijn.

Average Rating: 4.9 out of 5 based on 166 user reviews.

4 Reacties op “”

  1. Sannah Says:

    Mooi eerlijk stukje.

  2. Janet Says:

    tnx

  3. Paul Says:

    Je bent echt niet de enige met de nodige twijfels.
    http://www.denieuwereporter.nl/2015/01/je-suis-charlie-mag-het-een-onsje-minder/

  4. Paul Says:

    http://bit.ly/1u47R1U

Laat een reactie achter