Omdat ons leven al avontuurlijk genoeg is kozen we dit keer niet voor een savannetocht door Togo en Botswana en ook niet voor de Zijderoute door Kazachstan. We gingen op vakantie naar Turkije.
Ondanks de boodschap van alle zelfhulpboeken en tijdschriften en andere vrouwen dat je toch vooral altijd moet doen wat je zelf wilt, was het nog best een beetje moeilijk om dat te vertellen.
O, leuk, klonk het. Naar zo’n all inclusive resort?
Nee-ee, zei ik dan. Ăšltra all inclusive.
De waterfietsen zijn ook gratis.
Gewaterfietst hebben we niet want de zee was te koud, maar verder gingen we ultra all inclusive all the way. We schepten drie keer per dag drie keer onze borden vol met Turkse yoghurt, kip in safraan, calamaris op Amerikaanse wijze, olijven, tomaten, chocoladebroodjes en bananentaart. We dronken pina colada en overheerlijke wijn, verwisselden twee keer per dag de groene badhanddoeken van het hotel en lieten ons bedienen door vrolijke Turkse obers die we allemaal heel aantrekkelijk vonden. We leerden zelfs het clubdansje maar misschien dat we dat van de zelfhulpboeken geheim mogen houden.
Nu zijn we weer thuis. Onze vriendin woont weer in Amsterdam, de kinderen gaan vanavond naar hun andere huis en ik ga morgen weer naar kantoor.
De volgende keer boeken we ultra ultra ultra inclusief. Dat is inclusief nazorg, voor de koffers die nu nog beneden staan, de wassen die we moeten draaien, en de boodschappen die we moeten doen. En voor de vakantieblues. Want die bestaan. En ze zitten in de genen.