Het archief van de 'vandaag gedacht' categorie

Mail-checkscore

maandag, maart 5th, 2018

Omdat ik eh..nogal gehecht ben aan mijn telefoon heb ik allerlei apps verwijderd. En nu check ik de hele tijd mijn mail en de ING-app. Dan krijg je meldingen zoals ‘twee minuten geleden bijgewerkt’.
Ik hoop niet dat er iemand bij gmail de mobiele mail-checkscore bijhoudt.

Plannen maken

zaterdag, maart 7th, 2015

Als je een beetje druk bent in je hoofd dan maak je daar het ene na het andere fantastische plan.
Vroeger wilde ik altijd werken bij een plannenbureau.
Toen een van mijn bazen me eens vroeg wat ik het liefste zou willen, zei ik: een mooi, goed plan maken. En dat anderen dat dan gaan uitvoeren, en dat ik dan weer een nieuw plan bedenk.
Plannen uitvoeren vond ik veel te saai. Daar was ik zelf ook veel te creatief voor.

Wijsheid komt met de jaren zeggen ze en soms denk ik dat het waar is.
Bijvoorbeeld toen ik onlangs bedacht dat plannen maken alleen zin heeft als je ze ook uitvoert. Dat plannen maken veel gemakkelijker is dan plannen uitvoeren. Dat ik het misschien wel helemaal niet kan, een plan uitvoeren. Dat ik me moet schamen dat ik als zogenaamd creatieve plannenbedenker altijd op zogenaamd saaie plannenuitvoerders neer keek.

Nu heb ik het plan gemaakt om een plan uit te gaan voeren.

Morgen weer een nieuw plan.

Word geen toeschouwer

woensdag, januari 28th, 2015

Word geen toeschouwer, zei een overlevende tijdens de Auschwitz-herdenking.
Word geen toeschouwer of omstander, maar een held die ingrijpt als het de spuigaten uitloopt.

Vroeger las ik veel boeken over de oorlog. Het was een behoorlijke teleurstelling om te horen dat niemand in mijn familie in het verzet had gezeten.
Ik dacht dat bijna iedereen een verzetsheld was geweest.

Begin jaren zestig moesten proefpersonen mensen die een fout antwoord gaven een stroomstoot geven, om te kijken wat het effect was van straffen op leren. De stroomstoten – ze waren niet echt – werden steeds erger, en ondanks dat de slachtoffers zogenaamd schreeuwden van de pijn en op de muur bonkten, ging 65 procent van de deelnemers aan het experiment door tot de maximumstraf, een elektrische stoot van 450 Volt.
We weten ook dat de meeste mensen niet snel in actie komen als er iets gebeurt op straat, of elders.

Recht uit zijn zo zwaar getroffen hart kwamen de woorden – word geen toeschouwer.

Ik zag mezelf zitten, een omstander, een toeschouwer – iemand die geen enkele reden heeft om te veronderstellen dat ze zou horen bij de minderheid van de deelnemers aan het experiment, de minderheid van 35 procent, die durfde te stoppen met het geven van stroomstoten, wat toch echt een opdracht was.

Charlie (2)

vrijdag, januari 9th, 2015

Het is raar om gisteren, toen het heel vaak ging over het recht op vrije meningsuiting, het gevoel te hebben dat je niet kon zeggen wat je dacht. Dat gevoel bekroop me toen ik een foto op Twitter en op Facebook zag van mijn (oud-)collega’s die ergens op een redactie een minuut stilte hielden ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de aanslag in Parijs. Ze hielden pennen omhoog en papieren met ‘Je suis Charlie’. Onder de foto stond dat het indrukwekkend was.

Ik vroeg me af wat er was gebeurd als ik daar aan mijn bureau had gezeten en was blijven zitten. Omdat ik me niet kon of wilde of durfde te identificeren met de redactie van Charlie Hebdo, omdat ik mijn eigen werk niet zou willen of durven vergelijken met het werk dat zij doen. Omdat ik mijn rol in de strijd voor een betere wereld nogal mini- minimaal zou vinden – ik streefde altijd vooral naar een betere krant en betere werkomstandigheden voor mezelf. Omdat ik niet de behoefte voelde om op Twitter en Facebook te laten zien hoe geschokt ik was en hoe zeer betrokken bij de slachtoffers in Parijs en hun nabestaanden.

Ik zou hebben gevraagd waarom we niet vaker een minuut stilte zouden houden voor alle onschuldige slachtoffers van zinloos geweld. Bijvoorbeeld voor de ruim 6500 onschuldige burgers van Syrie die in 2014 omkwamen door bombardementen van hun eigen regering. Dat zijn er 18 per dag, op elke dag van het jaar. In Syrie is het altijd Parijs.

Maar zou ik het gedurfd hebben, zou ik als enige of als een van de weinigen op mijn stoel zijn blijven zitten? Collega’s zouden vast hebben gezegd dat ze respect hadden voor mijn mening, maar zouden ze dat ook gevoeld hebben? Of zouden ze me gek vinden, licht tegendraads zoals altijd, maatschappelijk te weinig betrokken, laf of bang misschien wel, of gewoon een beetje raar omdat ik kennelijk niet zo geschokt was door de afschuwelijke aanslag. Omdat ik kennelijk twijfelde aan al hun goede bedoelingen?

En zou ik later die dag de moed hebben gehad om te zeggen dat ik het nut niet zou inzien van een demonstratie voor het zogeheten vrije woord tegen zwaar gehersenspoelde moordenaars, ingehuurd door een mij onbekende groep extreme extremisten? Zou ik, terwijl de meerderheid van de collega’s er heen ging, thuis op de bank zijn blijven zitten omdat ik niet mee wilde doen met een actie die wat mij betreft een beetje te veel zou lijken op: kijk eens hoe maatschappelijk betrokken en geschokt ik ben, en kijk eens wat ik durf terwijl ik ook journalist ben, een journalist van de pen en het vrije woord en de vrije meningsuiting – je suis Charlie – iets wat ik niet kon zeggen omdat ik Charlie niet ben of wil en durf te zijn. Ik was niet Charlie, maar kon en mocht ik dat wel zeggen?

Ik dacht er aan hoe ik in sommige kringen niet eens meer durf te zeggen dat ik tegen Zwarte Piet ben, omdat we dan meteen in een hopeloze discussie belanden waarbij mensen je verwijten dat je een kinderfeest bederft en onschuldige tradities verkwanselt, terwijl zij het gevoel hebben dat jij hen onterecht beschuldigt van grove discriminatie. En ik dacht aan de soms venijnige of geergerde reacties op mijn boek, waarin ik probeer de andere kant te laten zien van de vaak algemene opvattingen over ouderschap.

En vooral bekroop me de vraag hoe tolerant ik zelf eigenlijk was, door me de hele dag ongemakkelijk te voelen bij alles wat ik zag gebeuren, bij alle bordjes met Je suis Charlie, bij iedereen die van de bank was opgestaan om heel maatschappelijk betrokken te strijden voor het zogeheten vrije woord.

Het is een behoorlijk sombere constatering dat de mens is geneigd tot alle kwaad – tot het klakkeloos volgen van leiders, het discrimineren van andere rassen, het veroordelen van mensen met een andere overtuiging, het over een kam scheren van allerlei bevolkingsgroepen, het met ziel en zaligheid verdedigen van je eigen stukje land.

Het is van een andere orde, maar het is ook een behoorlijk sombere constatering dat je zelf niet zo goed durft te zeggen wat je denkt, en het is nog erger om te voelen dat het slecht is gesteld met je eigen tolerantie.

Let’s make love, not war.

Ik ben Charlie niet, maar jij mag Charlie zijn.

Charlie

donderdag, januari 8th, 2015

Je ne suis pas Charlie.
Ik zou het misschien best willen zijn, maar ik ben Charlie niet.
Ik hou niet zo van provocerende satire, waarmee je mensen kunt kwetsen, en ik betwijfel of het helpt.

Maar vooral ben ik er te laf voor.

Gewoon

maandag, november 24th, 2014

Je loopt er gewoon naar binnen en dan vraag je het, zegt hij.
Ja, als ik goed was in verkopen, dan was ik wel verkoper geworden, zeg ik.

Als je een boek schrijft, dan denk je aan goede gedachten en aan mooie zinnen, aan wat je wilt zeggen en hoe het eruit moet zien. Ik probeerde het mooiste te maken wat ik kon maken. En dacht ook vaak aan de woorden van Paulo Coelho – dat boeken er niet zijn om te laten zien hoe intelligent je bent, maar om je ziel te laten zien.

En toen ik het boek in mijn handen had, met mijn ziel erin, toen begon het pas.
Hoe iedereen het zou vinden.
Wie het zou gaan lezen.
Of iemand het zou gaan kopen.

Omdat niets vanzelf gaat, schrijven de uitgever en ik boekhandels aan en we versturen persberichten. Ik mail mensen die ik ken bij kranten en bladen en tv-programma’s, bied me aan bij bibliotheken en scholen om lezingen te geven.

Ik stap uit mijn comfort zone, wat veel interessanter klinkt dan: ik doe dingen waar ik niet goed in ben en die ik helemaal niet goed kan.

Meestal hoor ik niets terug.

Bij de grote boekhandel in mijn stad moet ik gaan vragen of ik er misschien een activiteit kan doen. Een interactieve lezing, of stukjes voorlezen.
De uitgever heeft me verteld dat deze winkel drie boeken heeft besteld, wat ik best weinig vind.
Maar.
Je loopt er gewoon naar binnen en dan vraag je het.
Binnen ligt een stapeltje van drie boeken.
Ik loop gewoon weer naar buiten.

Het is gemakkelijker om te geven dan om te nemen. Het is gemakkelijker om te antwoorden dan om te vragen.

Thuis bedenk ik dat ik eigenlijk aan mensen die ikvinylyv – het geheim van onvolmaakt gelukkige ouders lazen, moet gaan vragen of ze misschien een recensie willen plaatsen op ako.nl of op bol.com. Of op de facebookpagina van ik vin y lyv.

Maar ik schrijf liever een stukje.

Van de merrie, het veulen en de hengst

zaterdag, oktober 25th, 2014

Wij waren op een falabellaboerderij.
Falabella’s zijn de kleinste paarden ter wereld.
Voor het eerst in mijn leven voelde ik iets van dierenliefde, wat ik eigenlijk niet durf te zeggen omdat ik dan zeg dat ik niet van dieren houd. Veel mensen denken dat je niet van mensen houdt, als je niet van dieren houdt.

Wij poetsten de paarden.
Veulentjes liepen los en vanzelf mee met hun moeder naar de poetsplek, die spuitplaats heet.
Veulens blijven dicht bij hun moeder, en merries hinniken in paniek als zij hun veulen kwijt zijn.

Of er ook een band is met de hengst, vroeg ik.
Totaal niet, zei de eigenaresse van de falabella’s. Van beide kanten niet. Er is helemaal niets.
Maar zo is het in het hele dierenrijk.

Er liep een veulen weg.
De merrie reageerde niet.
Dit veulen is groot genoeg, de moeder vindt het nu wel best, zei de eigenaresse.

Hoe zou het zijn als vaders net als hengsten geen enkele rol zouden spelen na de geboorte van hun kinderen, vroeg ik me af.
En hoe het zou zijn als moeders net zo goed konden loslaten als merries.

Mooi

zondag, juli 6th, 2014

Toen ik een paar weken geleden weer op een tweesprong stond en uren lag te twijfelen over welke weg ik moest nemen, toen kwam het antwoord toch vanzelf.
Ik wilde niet de oude, bekende weg die terugging naar waar ik al was geweest, ik wilde mijn eigen weg volgen en die zou leiden naar mooie dingen. Als in: mooie dingen maken.

Net heb ik iets gemaakt, en ik vind het mooi.
Veel mooier kan ik het niet maken.

Maar wanneer kun je zeggen: dit is mooi?
Is het mooi als je het zelf mooi vindt?
Of moet je dat oordeel over laten aan kenners, en wie zijn dat dan?
Misschien is het pas mooi als hele volksstammen het mooi vinden.
Van – dit is mooi omdat ik het mooi vind – kun je immers niet leven.

Bijten, schelden

vrijdag, juni 27th, 2014

Ik ben een keer ver-schrik-ke-lijk uitgescholden door een collega.
Hij had het druk en zomaar ineens stortte hij een bak vol ellende over mij heen.

Er kwam een gesprek met de baas.
Hij zou het nooit meer doen, maar hij deed het nog eens.
De dag erna deed hij alsof er niets was gebeurd.
Zo deed ik ook.

Stel je voor dat hij mij had gebeten, denk ik nu. Dan waren er maatregelen genomen, want bijten is kennelijk veel erger dan verbale agressie. Maar schelden doet wel pijn. En nog lang nadien.

Nu bleef het bijna onopgemerkt – alshof het normaal is om een ander agressief verbaal aan te vallen. Dat lag ook aan mij. Als je bent gebeten bijt je vermoedelijk meer van je af.

Ik denk niet dat er veel verschil is tussen verbaal geweld, bijten en schoppen in stressituaties. Het gaat er in alle gevallen om dat iemand zomaar ineens de beheersing verliest over agressieve impulsen en dat je gedrag extreem is en in geen verhouding staat tot de frustratie die je voelt.

Een straf, hoe zwaar ook, helpt niet om dit te voorkomen. Niets doen helpt trouwens helemaal niet.

Verjuffing

zaterdag, mei 10th, 2014

Groep acht was op kamp.
Er waren juffen mee en voormalige juffen en een stagiair van een jaar of 18. Meester Jan.
Maar die was er dan weer wel en dan weer niet, zei mijn dochter.
In de klas zitten zes jongens en 15 meisjes.
Wel meisjesachtig, zei ik toen ik thuiskwam.

Alsof ik niet wist dat die opmerking prima past in de discussie over de verjuffing in het onderwijs, die zo slecht is voor jongens.
Natuurlijk moeten we ons daar druk over maken.
Ik zou zeggen: ongeveer even druk als we ons maakten over de vermannelijking van de hele maatschappij, die al een paar eeuwen duurt.