9 januari 2018

Het ging erover dat mensen die uit een harmonieus gezin komen het vaak moeilijk vinden om hun eigen behoeften te uiten en om voor zichzelf op te komen. En dat het soms lastig voor ze is om ruzie te maken of om met ruzies om te gaan.

We hadden supervisie, een onderdeel van de ‘verdiepende’ vervolgopleiding voor coaches die ik doe. We bespraken onze levensverhalen en analyses om onszelf beter te leren kennen. Als je coachgesprekken voert, neem je jezelf immers heel erg mee. Dat wat je doet of zegt, moet niet over jou gaan. Je moet voorkomen dat je bijvoorbeeld ongemerkt afkeurend of kritisch reageert op iemand die heel erg boos is, omdat je zelf niet van boosheid houdt. Om maar wat te noemen.

Nogal bezorgd dacht ik aan de harmonieuze situatie waarin mijn dochters opgroeien. Dat ik zelf helemaal niet tegen drukte kan, zodat ik al half overspannen reageer als ze een klein beetje zitten te klieren, wat al bijna nooit voorkomt. Ik vroeg me af of zij wel hun eigen behoefte kunnen uiten, en wat ik anders zou moeten of kunnen doen.

Een troostende gedachte is dat er altijd wel wat is, uit welk soort gezin je ook komt. Dat de meeste kinderen uit harmonieuze gezinnen en uit alle andere soorten gezinnen gelukkig vrij goed functionerende volwassenen worden. En vooral ook dat als je ergens last van hebt, dat dat ook met jezelf heeft te maken. En dat je er bijna altijd zelf wat aan kunt doen. En dat het totaal niet erg is als je daar een beetje hulp bij nodig hebt. Zelf zie je immers niet altijd in welk patroon je zit, of aan welke overtuigingen je zo vast zit, dat het moeilijk is om te veranderen.

En vooral bedacht ik me dat het goed is om te beseffen dat het leven nu eenmaal geen fanfarekorps is en dat het fijn is dat ik me nu bewust ben van de ‘risico’s’, dat ik even werd wakkergeschud in het rozenperkje waarin ik soms lig te slapen. En dat er geen rozen zonder doornen bestaan.

Average Rating: 4.4 out of 5 based on 155 user reviews.

7 januari 2018

Een van de opmerkelijkste toevalligheden is toch wel dat je kinderen zo’n beetje de hele dag op hun telefoon zitten, behalve als jij een appje stuurt. En dus ben je voortdurend een soort meneer of mevrouw Van Dale die op antwoord wacht, maar dan heel lang. Terwijl je het appverkeer toch beperkt tot praktische vragen als:

Hoe laat ben je thuis.
Eet je hier.
Hoe ging het proefwerk.
Heb je gewonnen?
Is het gelukt?
Gaat het goed daar?

Gelukkig zijn de antwoorden als ze komen meestal reuze informatief. Ja. Nee. Goed. Leuk.

We moeten ons nog heel lang verzoenen met ons lot, denk ik.
Dit weekeinde vroeg ik aan mijn vriend of hij al wat had gehoord van zijn volwassen zoon, die een weekje in het buitenland is. Nee, zei hij, ik dacht: ik laat hem maar even met rust. Een paar uur later zei hij dat hij contact met hem had gehad.
Hij appte: Hoi.
Het antwoord was: Hoi hoi.

Average Rating: 5 out of 5 based on 231 user reviews.

6 januari 2018

We waren gisteravond weg en kwamen laat thuis.
Half twee, dat is tegenwoordig laat. Dat is al niet eens meer gisteravond, dat noemen we ‘vannacht’.

De oudste dochter was naar een volleybalfestiviteit.
De jongste was alleen thuis geweest.

Ik voelde me een beetje schuldig. Ze zijn tenslotte niet elke vrijdag bij mij.

Vanochtend om kwart voor acht werd de voordeur dichtgeslagen. Dat was de oudste, op weg naar Albert Heijn, waar ze eerst moest splitsen en daarna vakken moest vullen. Drogmetica.
Je leert zoveel nieuwe dingen als je kinderen groter worden.

Om half 1 – het was al middag – zei ik tegen de man naast me dat ik eens ging opstaan en dat ik me een beetje een slechte moeder voelde.

De woonkamer was leeg.

De jongste lag nog in bed.
Was die mij even aan het verwaarlozen.

Average Rating: 4.5 out of 5 based on 231 user reviews.

5 januari 2018

Tegenover me zit een moeder van drie, met kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd als de mijne.

We praten over hoe het gaat. Over hoe geweldig het is om te zien hoe ze steeds meer zichzelf worden, over de gesprekken die allang niet meer over Nijntje gaan. Over hoe verschillend ze zijn, ook al hebben ze dezelfde ouders en krijgen ze dezelfde opvoeding. Over hoe laat ze thuis mogen zijn, en wanneer ze alcohol mogen drinken.

Onze verhalen zijn hetzelfde, onze vragen gaan over dezelfde dingen.
En ineens realiseren we ons dat we in totaal verschillende werelden leven.
In haar wereld gaat het nooit over mooie quotes in je bulletjournal, maar komt het woord stoeien heel vaak voor. Een woord dat in ons huis niet eens bestaat.

Average Rating: 4.5 out of 5 based on 253 user reviews.

2 januari 2018

Als je kinderen worden geboren, maak dan een mailadres voor ze aan. Stuur er foto’s, berichtjes, verhalen, kopieën van rapporten en dergelijke naartoe. Geef ze het wachtwoord op de dag dat ze 18 worden.

Wat een superidee van Larry Kim, een Amerikaanse internetondernemer. Wat jammer dat het te laat is, dacht ik.

Maar het kan natuurlijk nog.

Het kan nog, dat lijkt me sowieso een mooie gedachte op de drempel van het nieuwe jaar.

Gelukkig nieuwjaar!

Average Rating: 4.4 out of 5 based on 193 user reviews.

20 april 2015

De bibliotheekmedewerkster was nogal teleurgesteld dat er maar zeven kaartjes waren verkocht.
Maar ik weet allang dat je met een leuke voorlezing over een boek over ouderschap geen volle zalen trekt.
Ik ben Joris Luyendijk niet.

Er kwamen nog drie mensen bij, twee kwamen er niet, er kwam nog iemand aanwaaien.
Het was prima zo.

Ze kosten maar vijftien euro, zei ik na afloop. En ze zijn ook leuk als cadeautje.
Zo moeilijk was het niet, om reclame te maken voor je eigen boek.

Enthousiast namen de bibliotheekmevrouw en ik afscheid. Het was een leuke avond geweest. Toch?

Ik pakte een plastic tas uit mijn gewone tas en stopte de zo zorgvuldig uitgestalde boeken er weer in. Het waren er precies evenveel als toen ik binnenkwam, maar misschien was ik de enige die dat wist.

Op de parkeerplaats bij mijn huis ontdekte ik dat mijn gewone tas nog in de bibliotheek stond, met mijn portemonnee erin en mijn telefoon, en een illusie. Maar het kan ook zijn dat die al veel langer kwijt was.

Average Rating: 4.6 out of 5 based on 261 user reviews.

18 april 2015

In het kader van elke dag is een nieuw avontuur besloot ik na honderd jaar eens naar een andere kapper te gaan.

De nieuwe kapper constateerde dat ik een lekker dagje vrij had.
Ze wilde weten waar ik woon, en hoe lang al en waar ik nog meer heb gewoond.
Of ik kinderen heb.
Van welke leeftijd.
Op welke school.
Of ik al plannen heb voor de zomervakantie.

Juist toen ik op het punt stond om snikkend te vragen of ze alsjeblieft wilde ophouden met dit kruisverhoor, vond ik het juiste antwoord.

Nee, ze heeft zelf geen kinderen.
Ze heeft ook nog geen plannen voor de zomervakantie.
Ze woont al haar hele leven in het dorp waar al haar vrienden wonen.
En ze woont nog thuis.

Average Rating: 5 out of 5 based on 219 user reviews.

7 maart 2015

Als je een beetje druk bent in je hoofd dan maak je daar het ene na het andere fantastische plan.
Vroeger wilde ik altijd werken bij een plannenbureau.
Toen een van mijn bazen me eens vroeg wat ik het liefste zou willen, zei ik: een mooi, goed plan maken. En dat anderen dat dan gaan uitvoeren, en dat ik dan weer een nieuw plan bedenk.
Plannen uitvoeren vond ik veel te saai. Daar was ik zelf ook veel te creatief voor.

Wijsheid komt met de jaren zeggen ze en soms denk ik dat het waar is.
Bijvoorbeeld toen ik onlangs bedacht dat plannen maken alleen zin heeft als je ze ook uitvoert. Dat plannen maken veel gemakkelijker is dan plannen uitvoeren. Dat ik het misschien wel helemaal niet kan, een plan uitvoeren. Dat ik me moet schamen dat ik als zogenaamd creatieve plannenbedenker altijd op zogenaamd saaie plannenuitvoerders neer keek.

Nu heb ik het plan gemaakt om een plan uit te gaan voeren.

Morgen weer een nieuw plan.

Average Rating: 4.9 out of 5 based on 197 user reviews.

28 januari 2015

Word geen toeschouwer, zei een overlevende tijdens de Auschwitz-herdenking.
Word geen toeschouwer of omstander, maar een held die ingrijpt als het de spuigaten uitloopt.

Vroeger las ik veel boeken over de oorlog. Het was een behoorlijke teleurstelling om te horen dat niemand in mijn familie in het verzet had gezeten.
Ik dacht dat bijna iedereen een verzetsheld was geweest.

Begin jaren zestig moesten proefpersonen mensen die een fout antwoord gaven een stroomstoot geven, om te kijken wat het effect was van straffen op leren. De stroomstoten – ze waren niet echt – werden steeds erger, en ondanks dat de slachtoffers zogenaamd schreeuwden van de pijn en op de muur bonkten, ging 65 procent van de deelnemers aan het experiment door tot de maximumstraf, een elektrische stoot van 450 Volt.
We weten ook dat de meeste mensen niet snel in actie komen als er iets gebeurt op straat, of elders.

Recht uit zijn zo zwaar getroffen hart kwamen de woorden – word geen toeschouwer.

Ik zag mezelf zitten, een omstander, een toeschouwer – iemand die geen enkele reden heeft om te veronderstellen dat ze zou horen bij de minderheid van de deelnemers aan het experiment, de minderheid van 35 procent, die durfde te stoppen met het geven van stroomstoten, wat toch echt een opdracht was.

Average Rating: 4.9 out of 5 based on 270 user reviews.

9 januari 2015

Het is raar om gisteren, toen het heel vaak ging over het recht op vrije meningsuiting, het gevoel te hebben dat je niet kon zeggen wat je dacht. Dat gevoel bekroop me toen ik een foto op Twitter en op Facebook zag van mijn (oud-)collega’s die ergens op een redactie een minuut stilte hielden ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de aanslag in Parijs. Ze hielden pennen omhoog en papieren met ‘Je suis Charlie’. Onder de foto stond dat het indrukwekkend was.

Ik vroeg me af wat er was gebeurd als ik daar aan mijn bureau had gezeten en was blijven zitten. Omdat ik me niet kon of wilde of durfde te identificeren met de redactie van Charlie Hebdo, omdat ik mijn eigen werk niet zou willen of durven vergelijken met het werk dat zij doen. Omdat ik mijn rol in de strijd voor een betere wereld nogal mini- minimaal zou vinden – ik streefde altijd vooral naar een betere krant en betere werkomstandigheden voor mezelf. Omdat ik niet de behoefte voelde om op Twitter en Facebook te laten zien hoe geschokt ik was en hoe zeer betrokken bij de slachtoffers in Parijs en hun nabestaanden.

Ik zou hebben gevraagd waarom we niet vaker een minuut stilte zouden houden voor alle onschuldige slachtoffers van zinloos geweld. Bijvoorbeeld voor de ruim 6500 onschuldige burgers van Syrie die in 2014 omkwamen door bombardementen van hun eigen regering. Dat zijn er 18 per dag, op elke dag van het jaar. In Syrie is het altijd Parijs.

Maar zou ik het gedurfd hebben, zou ik als enige of als een van de weinigen op mijn stoel zijn blijven zitten? Collega’s zouden vast hebben gezegd dat ze respect hadden voor mijn mening, maar zouden ze dat ook gevoeld hebben? Of zouden ze me gek vinden, licht tegendraads zoals altijd, maatschappelijk te weinig betrokken, laf of bang misschien wel, of gewoon een beetje raar omdat ik kennelijk niet zo geschokt was door de afschuwelijke aanslag. Omdat ik kennelijk twijfelde aan al hun goede bedoelingen?

En zou ik later die dag de moed hebben gehad om te zeggen dat ik het nut niet zou inzien van een demonstratie voor het zogeheten vrije woord tegen zwaar gehersenspoelde moordenaars, ingehuurd door een mij onbekende groep extreme extremisten? Zou ik, terwijl de meerderheid van de collega’s er heen ging, thuis op de bank zijn blijven zitten omdat ik niet mee wilde doen met een actie die wat mij betreft een beetje te veel zou lijken op: kijk eens hoe maatschappelijk betrokken en geschokt ik ben, en kijk eens wat ik durf terwijl ik ook journalist ben, een journalist van de pen en het vrije woord en de vrije meningsuiting – je suis Charlie – iets wat ik niet kon zeggen omdat ik Charlie niet ben of wil en durf te zijn. Ik was niet Charlie, maar kon en mocht ik dat wel zeggen?

Ik dacht er aan hoe ik in sommige kringen niet eens meer durf te zeggen dat ik tegen Zwarte Piet ben, omdat we dan meteen in een hopeloze discussie belanden waarbij mensen je verwijten dat je een kinderfeest bederft en onschuldige tradities verkwanselt, terwijl zij het gevoel hebben dat jij hen onterecht beschuldigt van grove discriminatie. En ik dacht aan de soms venijnige of geergerde reacties op mijn boek, waarin ik probeer de andere kant te laten zien van de vaak algemene opvattingen over ouderschap.

En vooral bekroop me de vraag hoe tolerant ik zelf eigenlijk was, door me de hele dag ongemakkelijk te voelen bij alles wat ik zag gebeuren, bij alle bordjes met Je suis Charlie, bij iedereen die van de bank was opgestaan om heel maatschappelijk betrokken te strijden voor het zogeheten vrije woord.

Het is een behoorlijk sombere constatering dat de mens is geneigd tot alle kwaad – tot het klakkeloos volgen van leiders, het discrimineren van andere rassen, het veroordelen van mensen met een andere overtuiging, het over een kam scheren van allerlei bevolkingsgroepen, het met ziel en zaligheid verdedigen van je eigen stukje land.

Het is van een andere orde, maar het is ook een behoorlijk sombere constatering dat je zelf niet zo goed durft te zeggen wat je denkt, en het is nog erger om te voelen dat het slecht is gesteld met je eigen tolerantie.

Let’s make love, not war.

Ik ben Charlie niet, maar jij mag Charlie zijn.

Average Rating: 4.5 out of 5 based on 284 user reviews.