Dit is mijn vriend, zei ik. Mijn moeder stond naast me en moest een beetje lachen. Nu ben je 45 en zeg je: dit is mijn vriend.

Ik vond het zelf ook een beetje raar. Een vriend heb je als je 26 bent, of zo.

Je kan ook vriendje zeggen, zei de vriend in kwestie. Ik weet het niet. Volgens mij heb je een vriendje als je 16 bent. Of 6.

In mijn gedachten noemde ik hem graag mijn verkering, of mijn verloofde, en mijn geliefde, en mijn beste vriend.

Maar het ene klopte niet en het andere was stom.

Het valt taalkundig nog helemaal niet mee om de dingen te benoemen als je een vrouw van middelbare leeftijd bent en weer in de liefde bent gevallen.

In Portugal was alles goed.

Ik ging wat vragen bij de receptie van het hotel.

Toen ik terugkwam zei ik een beetje verbaasd wat ik had gezegd.

Heel goed, zei de man, die ineens mijn man was geworden.

Average Rating: 4.5 out of 5 based on 166 user reviews.

2 Reacties op “”

  1. Sannah Says:

    Maar ja, wat dan, ‘dit is de vent waar ik het bed mee deel en waar ik oud mee wil worden of toch op z’n minst de komende jaren mee door wil brengen’ is ook zo wat.
    (Ge)lief(de)?

  2. Job Says:

    Ik zou hem bij zijn naam noemen. Dit is Sjaak. Dan snapt je moeder wel dat het niet de tuinman is die je komt voorstellen en dan hoef jij niet te tobben of je daarmee de zaken taalkundig-relationeel wel in het juiste perspectief zet. Dat wil zeggen, als hij Sjaak heet.

Laat een reactie achter